Voeding bij maag- en darmklachten

Maag- en darmklachten zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Bij de spijsvertering zijn de mond, slokdarm, maag, lever, galblaas, nieren, alvleesklier, dunne darm, dikke darm, endeldarm en anus betrokken. Al het eten en drinken dat we binnenkrijgen wordt hier verteerd en opgenomen. Dit gaat niet altijd helemaal vanzelfsprekend.

Vanaf de mond tot de anus is voeding 24 tot 28 uur onderweg. Het voedsel wordt klein gemalen, vermengd en voortgestuwd om zo de voedingsstoffen op te nemen in het bloed. Hieronder staat per onderdeel kort weergegeven hoe dat proces werkt.

Mond

In de mond komt het eten binnen. De tanden, kiezen en tong malen het eten fijn. Doordat het vermengd raakt met speeksel is het gemakkelijk om het voedsel door te slikken. In het speeksel zit een enzym (amylase) dat vast kan gaan inwerken op het zetmeel. Als we aan eten denken komt er al speeksel vrij. Op een dag is dat in totaal ongeveer een liter. En afhankelijk van wat we eten verandert de samenstelling van het speeksel: eten we droog, dan komt er veel water bij, eten we iets taais, dan komt er meer slijm bij.

Slokdarm

Na dat je het eten hebt doorgeslikt, komt het in de slokdarm op weg naar de maag. Dat is een gespierde buis van ongeveer dertig centimeter. Doordat er spieren omheen zitten kan de slokdarm kneden en wordt het voedsel geleidelijk naar de maag geleid. Daarvoor moet het eten nog door een sluitspiertje: de slokdarmsfincter. Deze kringspier zorgt er ook voor dat het eten uit de maag niet meer terug omhoog komt.

Maag

In de maag komt het eten samen met het maagsap. Dit is heel zuur en daarom is de binnenkant van de maag beschermd met een slijmvlies. Het maagsap bevat onder andere spijsverteringsenzymen en daardoor komt de vertering van het voedsel verder op gang. Het zoutzuur in het maagsap doodt bacteriën die we met ons voedsel binnenkrijgen. De spieren aan de buitenkant van de maag kneden bovendien de inhoud.

Dunne darm

De dunne darm zorgt ervoor dat voedingsstoffen die door de vertering beschikbaar komen via de darmwand in het lichaam terecht komen. Dat gaat in een paar onderdelen van de dunne darm. Het eten komt na de maag via een sluitspier uit in de twaalfvingerige darm (duodenum). In dit deel komen er verteringssappen uit de alvleesklier en galblaas bij. Daarna gaat het voedsel via de nuchtere darm (jejunum) en de kronkeldarm (ileum) als waterdunne vloeistof door naar de dikke darm. Doordat de wand van de dunne darm sterk geplooid is, heeft het een groot oppervlakte. Dit is nodig om er voor te zorgen dat de opname van voedingsstoffen goed verloopt.

Alvleesklier

In de alvleesklier wordt alvleeskliersap gemaakt dat aan het begin van de dunne darm wordt toegevoegd aan de voedselbrij. Hierin zitten verschillende soorten spijsverteringsenzymen, bijvoorbeeld lipase voor de vertering van vetten. In de alvleesklier wordt ook insuline gemaakt dat de suikerstofwisseling regelt.

Galblaas

Op hetzelfde punt in de dunne darm komt galvloeistof bij de voedselbrij uit de galblaas. Gal wordt gemaakt door de lever. Deze vloeistof is vooral nodig om vetten te verteren.

Lever

Tot slot draagt ook de lever bij aan het spijsverteringsproces. Dit orgaan maakt dus galvloeistof, maar staat via de poortader ook vrij direct in contact met de darmen. Alle stoffen, die net zijn opgenomen in het bloed, komen zo eerst langs de lever. De lever kan deze stoffen dan verder behandelen of het lichaam in sturen.

Dikke darm, endeldarm en anus

Het waterige mengsel met onverteerbare voedselresten komt in de dikke darm een mix van darmbacteriën tegen. De bacteriën zorgen ervoor dat de laatste voedingsstoffen worden opgenomen. Bovendien onttrekt de dikke darm water en zouten uit de dunne brij, zodat een soepele en toch vaste ontlasting ontstaat. Dit wordt tijdelijk opgeslagen in de endeldarm net zolang tot je aandrang krijgt en de ontlasting via de anus het lichaam verlaat.

Deze maag- en darmklachten houden verband met het spijsverteringskanaal:

De meeste van deze maag- en darmklachten zijn het gevolg van een minder gezond voedingspatroon en op te lossen met een aanpassing in de voeding.

Specifieke aandoeningen of ziekten:

Is het raadzaam om naar een diëtist te gaan?

Het advies is om allereerst de huisarts te raadplegen wanneer maag- en darmklachten niet overgaan.

Gelukkig zijn veel maag- en darmklachten positief te beïnvloeden  met voeding en leefstijl.  Daar heb je wel uitgebreide voedingskennis, medische kennis en een flinke portie ervaring voor nodig! De diëtist is de aangewezen persoon om je hierbij te helpen.

Wij maken voor jou een voedings- en leefstijladvies op maat, wat je helpt om je klachten te verminderen en helpen je graag om stap voor stap nieuwe gezonde gewoontes aan te leren. Tevens letten wij er op, dat je geen tekort aan voedingsstoffen krijgt.

Naast face-to-face contact zijn telefonische en video-consulten ook mogelijk als je dat fijner vindt of als je wat verder weg woont. Om een afspraak met ons te maken, kun je ons bellen op: 06-44624781 of het contactformulier op deze website invullen.

Je bent van harte welkom op ons spreekuur!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.